Boekpraat.nl
Henk Hagenberg - mijn beste boeken, samengevat
 

 

J.M. Coetzee
Portret van een jonge man (Youth)
© 2002
Uitgeverij Cosset
208 pagina’s              juli 2014

 

John Maxwell Coetzee (1940)
Afrikaner orsprng, Nobelprijs en 2x Bookerprijs

 

 

 

Ezra Pound 1885-1972
portret Richard Avadon
 T.S.Eliot
1888-1965

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Middendeel van de trilogie Scènes uit de provincie (2012) tussen  Jongensjaren (Boyhood 1998) en Zomertijd (Summertime 2009).
‘Portret van een jongeman’ is losjes autobiografisch in een  bittere versie.

Student in Kaapstad
In 1958 studeert ‘John’ wiskunde aan de Universiteit van Kaapstad met Engels en Latijn als bijvakken.  Als pientere, achttienjarige is hij gevlucht uit z’n ouderlijk huis –  de verstikkende moederliefde en de nietsnut van een vader - en betaalt zelf de huur plus karige maattijden met kleine bijbaantjes.
Zijn heilig doel is het provinciaalse Zuid Afrika te verlaten en kunstenaar te worden in Europa, in Londen of Parijs.
Voor echt kunstenaarschap zal hij moeten lijden en ontberen, weet hij. Verder is een grote liefde nodig; die zal komen als zijn artistieke vuur herkend wordt door de ‘voorbestemde’. Dan zal er grote kunst kunnen ontstaan, ongeveer zoals Picasso dat steeds weer lukt.
Vooralsnog is hij echter een magere, introverte jongeling, slecht gekleed. Hij leest romans van Henry Miller maar heeft geen benul van drank, mode of  dansen. Lessen in sex  krijgt hij van een Jacqueline, een oudere, wat labiele verpleegster die kordaat bij hem intrekt en ’s nachts doorzeurt over haar vele relatieproblemen. John durft het niet uit te maken en misschien hoort dit wel bij de Werdegang voor kunstenaars.
Later blijkt hij tot zijn verbijstering op een feestje een meisje te hebben bezwangerd. Goddank is het een fidele meid die zelf een verboden abortus regelt. John gaat met haar mee, schuldbewust maar ook volstrekt hulpeloos en overbodig.

Sharpesville, Londen en  IBM
Rond 1960  worden de rassentegenstellingen in Zuid Afrika harder. Een demonstratie tegen de pasjes wetten eindigt in het bloedbad van Sharpesville. John ziet arbeiders van het Pan-Afrikaans Congres dreigend door de straten marcheren en beseft dat blanken feitelijk ongewenste indringers zijn. Een revolutie is onafwendbaar en daarmee stijgt de kans dat hij het leger in moet. Weg dus en zo gauw mogelijk ook al is z’n studie nog niet voltooid.
In Londen krijgt hij meteen een baantje als leerling programmeur bij IBM. Helaas is het werk saai (IBM’s motto ‘Think’ is  irrelevant voor zijn routine werk ) en de collega’s zijn zo mogelijk nog saaier: intelligent maar alleen geïnteresseerd in auto’s en huizenprijzen. John staat daar ver boven, ook al benijdt hij anderen om hun sociale flair. Doorbijten, houdt hij zichzelf voor, het is de prijs voor kunstenaarschap. Van zijn grote literaire helden Ezra Pound en T.S. Eliot had de laatste toch ook illusieloze baan bij een bank?
In The Waste land (1922) schetste Eliot een ontluisterend beeld van Londen en het moderne bestaan; John herkent het maar al te goed: doelloze, lusteloze sex, eenzaamheid, isolement.
Van Eliot’s leermeester Ezra Pound bewondert hij de objectiviteit, de scherpe beeldspraak, de breuk met Romantische rijmelarij à la Keats.
Aan beide dichters (en vele andere kunstenaars - soms is het wel een beetje name dropping) wijdt Coetzee essayistische terzijdes. Hun invloed is verder te bespeuren in John’s  constante meedogenloze bevraging van zichzelf, stilistisch in de vorm van free direct speech.
Inmiddels komt de grote liefde nog steeds niet opdagen, het blijft bij groezelige affaires, met tegenzin geconsumeerd.
Londen blijkt een grote kastijder, hij blijft een verloren outsider.
Na een jaar IBM is het duidelijk dar er zo niets terecht gaat komen van zijn ambities en poëzie. Hij neemt ontslag (IBM reageert beledigd)  en gokt dat het lot hem, als kunstenaar in spe, iets nieuws zal brengen.

ICL en Aldermaston
Dat nieuwe komt razendsnel: de overheid zegt  zijn verblijfsvergunning op tenzij hij alsnog een geldige arbeidsovereenkomst kan tonen. Derhalve accepteert John een baan als programmeur bij International Computers. Daar wordt in die jaren gewerkt aan wat het Engelse antwoord op IBM moet worden: de Atlas, de snelste supercomputer ter wereld. Het is een project dat John met zijn linksige sympatieen aanspreekt: de irritante, agressieve Amerikanen verslaan  met een team van briljante wetenschappers. Bovendien is ICL gevestigd in Berkshire, een uur van London, ver weg van het waste land. Hij stort zich dag en nacht op het werk, gaat ook schaken en experimenteert met computer gegenereerde, surrealistische gedichten. Zelfs dat hij  Atlas-onderdelen moet  testen in Aldermaston, het Britse atoomwapen centrum, bezwaart hem niet want, zo houdt hij zichzelf voor, het is een ervaring met het Kwaad, ook dat hoort bij het kunstenaarschap. Een drogredenering waar hij geen seconde serieus in gelooft.
Ontmoedigend is wel dat een slimme, Indiase collega-programmeur langzaam maar zeker vervreemd, slecht eet en steeds vaker verzuimt. Ook John gaat twijfelen. Lang heeft hij zichzelf voorgehouden dat ellende, waar hij zo goed in is, een noodzakelijke  leerschool was. Maar steeds vaker is hij bang voor het lege schrijfblad, het falen, de wanhoop. Hij ziet ziczelf mislukken net als in de liefde. Hij zou het initiatief moeten nemen als macho, maar hij is bang. Niet bereid tegenslag te incasseren. In leven, liefde en poëzie. Het komt door zijn gebrek aan vurigheid.  Hij realiseert zich dat geen dichter is maar een gewone 24-jarige computerprogrammeur. En programmeurs van dertig jaar bestaan niet.
Het is uitzichtloos.

Wer den Dichter will verstehen
musz in Dichters Lande gehen.

Goethe

 

Felix Valloton
1865-1925
Zelfportret als 20-jarige
Cantonaal Museum Lausane

 

Ponskaart
IBM 7090
1960

Supercomputer Atlas 1963